Euro 2016 laat sporen na …

 
FA_news_stade_1.jpg

Hadden ze op 10 juli de finale van Euro 2016 bereikt in het stadion van Saint-Denis in Parijs, mochten de Rode Duivels in niet minder dan zes van de tien stadions hebben gevoetbald die speciaal gebouwd of gerenoveerd waren voor dit Europese voetbalhoogfeest. Lyon, Bordeaux, Nice en Rijsel waren de gelukkigen die een gloednieuw stadion hebben gekregen met oogstrelende architectuur en/of innoverende bouwtechnieken.

Voor deze eindronde van het Europese voetbalkampioenschap voor landenteams is niet op een euro gekeken, zeker niet in de steden waar nieuwe stadions zijn gebouwd. Een leuk detail is dat onze nationale ploeg in al deze nieuwe voetbaltempels zal hebben gespeeld, behalve Toulouse. In Lyon werd het Stade des Lumières ontworpen door het bureau Populous dat reeds het stadion van de Olympische Spelen in Londen (2012) op zijn naam heeft. Het werd in januari opgeleverd en is daarmee het recentste stadion van Europa. Geavanceerde ingenieurstechnieken maken het bestand tegen de massabewegingen van tienduizenden supporters, al te enthousiaste Mexican waves en zelfs aardschokken die frequent in de streek voorkomen. Het skelet dat alle verticale structuren draagt, waaronder een stalen dak met het gewicht van de Eiffeltoren – « een huzarenstukje op het gebied van draagwijdte« , aldus een architect* – bestaat uit 12 imposante betonnen kernen van zeer sterk gewapend beton (elk 30 m hoog), die symmetrisch rond de arena geplaatst zijn als op de wijzerplaat van een horloge. Dankzij twee ronde balken en trekstangen die stevig verankerd zijn in de bodem buiten het stadion, vormt de assemblage van 40 gelaste en met bouten bevestigde balken die 60 m boven de tribunes uitsteken één geheel dat steunpijlers in het stadion overbodig maakt. De Allianz-Riviera in Nice, opgetrokken uit hout en metaal naar een ontwerp van Wilmotte & Associés, gaat uit van een heel ander concept. De auteurs wilden een vogelnest « met een transparante mantel van 100% recycleerbare materialen, geplaatst in het midden van de vlakte » tussen de zee en de bergen. Dit milieuvriendelijke stadion recupereert een maximum aan energie: veranderlijke winden (natuurlijke ventilatie), regenwater (besproeiing van de terreinen) en 7.500 m2 zonnepanelen om energieverbruik en -facturen drastisch te verlagen. In Bordeaux is alleen de sokkel van het Stade Matmut-Atlantique, een strakke rechthoek van het Zwitserse bureau Herzog & de Meuron, van beton. Al de rest is in staal: staanplaatsen, balkons, tribunes, galerijen, overkapping en dak. Een woud van 944 zichtbare masten aan de buitenkant draagt de hele constructie. Een echt technisch en architecturaal hoogstandje, dat twee keer minder gekost heeft dan het stadion in Rijsel. Het Stade Pierre Mauroy in de buitenwijken van Rijsel heeft dan ook een andere opzet. Het is immers « in de eerste plaats een polyvalente spektakelzaal en dan pas een voetbalstadion« , zegt een van de ontwerpers, Pierre Ferret*, van het agentschap Valode & Pistre. Het stadion heeft een in 30 minuten openschuifbaar dak, bestaande uit vier schuivende elementen op twee balken van 200 m gedragen door vier megapijlers. Bij elk manœuvre worden de balken versterkt door het onder spanning brengen van een staalkabel binnenin om een deel van de krachten op te vangen en te vermijden dat ze onder het gewicht van het dak in beweging (2.000 ton in totaal) doorbuigen. Afhankelijk van het evenement kan het stadion in minder dan 24 uur worden omgevormd tot een zogenaamde ‘boîte à spectacle’ met 19.000 plaatsen. Dit gebeurt door de ene helft van het terrein met een hydraulisch systeem op te tillen en over de andere helft te schuiven. Daardoor ontstaat een lager gelegen vloer waarrond men de nodige zitplaatsen kan installeren met de gewenste capaciteit.

* In de buitengewone documentaire ‘Mégastadium: le tour de France’ van Quentin Domart en Alex Badin, Docland Yard/RMC, 2016

© Ph. G.