Forgotten Monuments

 
FA_Mortal-Cities1.jpg

In haar boek Mortal Cities Forgotten Monuments onderzoekt Arna Mačkić, volgens recensent Lotte Haagsma, hoe architectuur het vreedzaam samenleven van verschillende bevolkingsgroepen kan bevorderen. Ze zoomt hiervoor in op Mostar, een door oorlog zwaar beschadigde en gedeelde stad in het huidige Bosnië-Herzegovina. Een voorproefje.

Mortal Cities Forgotten Monuments komt voort uit een architectuuronderzoek en is tegelijkertijd een persoonlijke zoektocht. Mačkić (1988) vluchtte tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië in 1993 met haar ouders naar Nederland. Ze groeide verder op in Zoetermeer en studeerde architectuur in Amsterdam. Haar zowel historische, persoonlijke en ontwerpende onderzoek verwerkt ze zorgvuldig formulerend tot een meanderend boek. Ze beschrijft hoe Mostar voor de oorlog een stad was waar mensen met verschillende achtergronden en religieuze overtuigingen woonden en, belangrijker nog, elkaar ontmoeten en samenleefden. Tegenwoordig is de stad verdeeld, in een Bosnisch deel aan de ene oever van de rivier en een Kroatisch deel aan de andere kant – ieder leeft zoveel mogelijk op zijn eigen oever.

Symbolische verbinding

Tijdens de Bosnisch oorlog was architectuur onderdeel van de strijd. Gebouwen met een speciale betekenis voor de andere partij werden als eerste kapotgeschoten. Aan het einde van de oorlog was negentig procent van het centrum beschadigd, een derde van de gebouwen was totaal verwoest. Na de oorlog onderstreepten de verschillende bevolkingsgroepen nadrukkelijk hun religieuze en politieke identiteiten met hun eigen nieuw gebouwde en gereconstrueerde gebouwen en monumenten. In haar boek besteedt Mačkić veel aandacht aan twee monumenten die voor haar juist symbool staan voor de verbondenheid van de verschillende bevolkingsgroepen in Mostar: de Oude Brug, gebouwd in de 16e eeuw door de Ottomaanse architect Mimar Hayrudin, en de Partizanen Necropolis, ontworpen in 1966 door de architect Bogdan Bogdanović. De brug verbindt de beide oevers van de rivier de Neretva en vormt zo een letterlijke en symbolische verbinding tussen twee stadsdelen: alle inwoners van Mostar zijn trots op hun brug. Al eeuwen bestaat er een traditie om er vanaf te duiken. Een kunst die in alle bevolkingsgroepen van generatie op generatie wordt doorgegeven en die een verbindende activiteit in de stad vormt. Zelfs toen een noodbrug de ingestorte brug verving ging het duiken door.

Religie en tradities

Het partizanenmonument werd opgericht ter herdenking van de partizanen uit Mostar die omkwamen in de strijd tegen de nazi’s. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verenigde het verzet mensen met een Kroatische, Servische en Bosnische achtergrond. Na de oorlog werd onder leiding van Tito een verzameling republieken samengesmeed tot een nieuwe socialistische federale republiek: Joegoslavië. Om eenheid te creëren tussen de bevolkingsgroepen, ieder met hun eigen geschiedenis, religie en tradities, benadrukte Tito vooral de overeenkomsten. Zo liet hij overal in het land monumenten oprichten ter nagedachtenis aan de gedeelde ervaring van de strijd tegen het fascisme.

Belgische fotograaf

De Belgische fotograaf Jan Kempenaers trok aan het begin van deze eeuw de aandacht met zijn foto’s van deze heroïsche monumenten in voormalig Joegoslavië, die schijnbaar verlaten in de natuur staan, als weemoedige, maar trotse overblijfselen van een voorbije tijd. Mačkić verschaft ons met Mortal Cities Forgotten Monuments achtergronden bij die beelden; hun ontstaansgeschiedenis, maar ook hun mogelijke betekenis voor de nieuwe realiteit. Ze wijst op de vormentaal van deze oorlogsmonumenten die overwegend abstract is en gericht op de toekomst, vrij van referenties aan oorlog, militairen, slachtoffers, religieuze of nationale identiteit. Mačkić ziet de monumenten als voorbeeld voor een architectuur waar iedereen zich toe kan verhouden. Toch blijkt keer op keer dat mensen een onbedwingbare behoefte hebben aan symbolen en tradities waaraan zij een identiteit kunnen ontlenen. Mačkić is zich daarvan bewust en neemt daarom Bogdanović als voorbeeld. Deze architect ontwierp ten tijde van Tito vele monumenten, waaronder het partizanenmonument in Mostar. Hij maakte daarbij gebruik van referenties aan oude mythologieën en vormen uit de renaissance en barok. Door een soort archetypische symbolen te ontwikkelen, vermeed hij directe etnische of religieuze verwijzingen en verleende zijn monumenten toch een sfeer van tijdloze eeuwigheid. Verder lezen.


 
LivreLionel Lhoir