De lelijke jaren zeventig

 
FOCUS_De-lelijke-jaren-zeventig.jpg

In de jaren zeventig leken de gebouwen die toen werden gezet architecturaal geslaagde, knappe stijloefeningen. Vandaag kijken we er vaak naar als naar architecturale misbaksels, althans naar die architectuur die door haar intrinsieke kwaliteiten de tand des tijds niet heeft doorstaan.

De architectuur die in de jaren zeventig als trendy werd bestempeld, is zoals alles dat modieus is in een bepaald tijdsvak naar verloop van tijd achterhaald. Toegegeven, weinigen rouwen om het feit dat de seventies architectuur langzamerhand verdwijnt. De megalomane, stijlloze betonkolossen die het aanzicht van de oude binnensteden moesten moderniseren, zijn vandaag een doorn in het oog van heel wat mensen. Het zijn architecturaal andere tijden. Nuance: wie vandaag rondom zich kijkt naar tal van nieuwbouwprojecten kan ook daar al voorspellen dat er over veertig jaar een nieuw boek zal verschijnen met de smakeloze architecturale gedrochten die ook vandaag uit de grond worden gestampt. Het boek ‘De lelijke jaren zeventig’ van auteur Jeroen van den Biggelaar

onderzoekt hoe het kon gebeuren dat straten en hele stadswijken werden gesloopt in ruil voor kostbare en onooglijke nieuwbouwprojecten waar twintig à dertig jaar later niemand meer op zat te wachten? Aan de hand van vier bekende en inmiddels gesloopte bouwwerken van toen duikt ‘De lelijke jaren zeventig’ in een decennium waarin architectuur en stedenbouw als nooit tevoren onderdeel uitmaakten van het publieke debat. De geschiedenis lijkt zich alvast te herhalen.

Door Pascal Dewulf


 
Lionel LhoirActu